In 1909 werd door een aantal leden van het Kruisverbond ”Sobriëtas” een muziekvereniging opgericht met de naam “Voor Godsdienst en Kunst”. Oprichter was Jan van Lier, destijds koster en organist. Hij werd tevens de dirigent van dit muziekgezelschap. Het instrumentarium werd door de Kerk beschikbaar gesteld. In het Notulenboek van de Parochie is het volgende hierover opgetekend: 26 september 1909 “besloten bij de Bisschop machtiging te vragen tot aankoop van instrumenten voor eene op te richten fanfare en tot eene uitgaaf van ƒ 500,00”.
Kennelijk waren deze ƒ 500,00 niet voldoende, want een paar maanden later vermeldt het Notulenboek het volgende: 14 december 1909 “besloten machtiging te vragen om in plaats van
ƒ 500,00, ƒ 600,00 te mogen uitgeven voor den aankoop van fanfare-instrumenten”.
De optredens van deze fanfare waren hoofdzakelijk gericht op kerkelijke evenementen zoals de sacraments- processie, maar ook werd de muziek verzorgd bij de activiteiten van het “Kruisverbond”.
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914, waarin ons land neutraal bleef, was het afgelopen met de muzikale activiteiten van deze fanfare. Meester Jeurissen schrijft in zijn geschiedenisboek over Milllingen hierover“de muzikanten stonden in veldgrijs langs onze grenzen en brachten daar het offer van gemis aan muzikale verlangens”. Voor veel muziekverenigingen had deze gedwongen rustperiode minder aangename gevolgen, omdat de instrumenten dikwijls ingeleverd moesten worden voor de zogenaamde mobilisatiekorpsen. “Voor Godsdienst en Kunst” kwam er beter af, omdat haar instrumenten eigendom waren van de kerk en daar bewaard zijn gebleven.
Het eerdergenoemde kruisverbond “Sobriëtas” behoorde tot het landelijk RK Matigheidsgenootschap en had tot doel de bestrijding van drankmisbruik. In november 1919 werd door dit genootschap een landelijke manifestatie uitgeschreven tegen drankmisbruik onder de naam “De Blauwe Maand”. In Millingen werd deze manifestatie georganiseerd door het “Kruisverbond” en daar hoorde, ook toen al, muziek bij. Op verzoek van de voorzitter van het “Kruisverbond”, rector J. van den Akker van het Pensionaat, werd door Lambert (Bartje) Lelie, postbode en Millings horlogemaker, de groep muzikanten van “Voor Godsdienst en Kunst” bijeengeroepen om aan deze manifestatie mee te doen.
De Kerk stelde de instrumenten beschikbaar van de vooroorlogse fanfare “Voor Godsdienst en Kunst” en aangevuld met een aantal muzikanten van “Ons Genoegen” ontstond er een muziekgezelschap, dat de manifestatie met succes muzikaal opluisterde. Dit optreden was kennelijk zo goed bevallen dat kort daarop ten huize van Bartje Lelie een eerste aanzet werd gegeven tot de oprichting van een nieuwe fanfare in Millingen.
Als oprichters naast Bartje Lelie staan bekend Toon Berns (de Pieper) , Thé Klomberg (Dos), Jan van Lier (de a-lde köster) , Gert Oteman en Hent van der Velden (de Koe-K).
Statutair is de oprichtingsdatum 13 november 1919 en de naam “St.Cecilia” is wellicht gekozen omdat deze naam als schutspatrones verbonden is aan alles wat met muziek en zang heeft te maken.
Hentje Hell en Gert Oteman respectievelijk voorzitter en secretaris van de oude fanfare van het Kruisverbond werden ook de eerste voorzitter en eerste secretaris. Hent van der Velden werd de eerste penningmeester van de nieuwe fanfare St.Cecilia. Met een bezetting van twaalf muzikanten, die onder de muzikale leiding kwamen van Jan van Lier, die ook dirigent was geweest van “Voor Godsdienst en Kunst” was Millingen een nieuwe fanfare rijker.
Een tweede fanfare in een klein dorp, maar dat is nu eenmaal typisch Millings van die tijd.